-
Als de muren konden spreken...
Het Stadhuis werd in 1601 gebouwd. Een trots voorbeeld van Hollandse Renaissance en een bewijs, dat na de vernietiging en de massamoord in 1572 de stad de wonden had gelikt en het zelfvertrouwen had herwonnen.
Het stadhuis was de plek van waaruit de stadsregering bestuurde èn recht sprak. In de kelder bevindt zich bijvoorbeeld nog de cel, waar de beklaagde voor en tijdens de berechting op water en brood werd gezet. De straf - we spreken over de 18e eeuw - kon variëren van 24 uur tot drie weken. Inclusief water en brood op eigen kosten. Langdurige gevangenisstraffen behoorden niet tot het strafregime. Je kreeg in de 'goede oude tijd' zweepslagen, een boete, een ban, schandpaal, schavot of galg.Stadhuis centrum van rechtspraak
Omdat Naarden de hoofdstad van het Gooi was, vond in onze stad rechtspraak of rechtspleging plaats. Van de 14e tot en met de 18e eeuw leidden alle Gooise wegen naar Naarden. Uitgangspunt daarbij was dat een Naardense burger, in de middeleeuwen poorter genoemd, in eerste aanleg uitsluitend door zijn eigen stad kon worden veroordeeld. Dit 'ius de non evocando' werd door de stedelingen als een belangrijk stadsrecht gezien.De inquisitie maakte inbreuk op dit recht en in 1520 trof landvoogdes Margaretha maatregelen om 'luthery' krachtig te bestrijden. Dat was dan ook de reden dat de Naardense schrijnwerker Anthonis Fredriksen door het Hof van Holland werd veroordeeld tot 'hardtneckigh ketter' en in 1529 op de brandstapel in Den Haag stierf, zonder de kans te hebben gehad zich in het stadhuis te verdedigen tegenover schout en schepenen.
In 1561 daarentegen schreeuwde de stad moord en brand toen een groep jongeren door baljuw Van Matenes voor het Hof van Holland werd gedaagd. De schepenen (en ouders) spraken er schande van, dat de baljuw de rechtspraak niet aan het Naardens gerecht toevertrouwde. Tijdens plaatselijke processen vormde de schepenkamer in het stadhuis het toneel van handeling.Luistervinken zijn de gebeeldhouwde houten koppen, die als console ter ondersteuning en versiering van de houten draagbalken aan de zijwanden in hal en trouwzaal zijn aangebracht.
Schandpaal
Op de hoek van de linkerzijgevel van het stadhuis bevindt zich één raam met een afwijkende vorm: het heeft een ronde bovenkant. Waarschijnlijk was dit de plek waar de schandkooi werd opgehangen. In een schandkooi konden veroordeelden te kijk worden gezet. De straffen waren niet mals in die tijd. Brandmerken bijvoorbeeld gebeurde ook in het stadhuis. "Test"-brandmerken van de beul zijn nog duidelijk zichtbaar.
De voorzijde van het stadhuis toont twee verschillende trapgevels.Het afwijkende toograam aan de zijgevel.Foto: E.J. Gniets.
De schandpaal stond vermoedelijk opgesteld aan de zijgevel van het stadhuis (nu Raadhuisstraat ter hoogte van het raam met de ronde bovenlijst.). Een voor de hand ligende plaats omdat in de Raadhuisstraat en op het tegenover het stadhuis gelegen gedeelte van het kerkplein markt werd gehouden. De straf werd in het openbaar uitgevoerd en kon uiteraard op deze locatie rekenen op een grote publieke belangstelling. De doodstraf werd in Naarden voor het laatst in 1772 uitgesproken.
Sfeerbeeld Raadhuisstraat op schilderij van Springer. De schandpaal stond ter hoogte van de Lindeboom.
Na de ophanging aan 'een galge met een koorde' werd het stoffelijk overschot naar het gewone galgenveld buiten de stad gebracht om aldaar tot afschrik van anderen in kettingen te werden gehangen "om door de lugt en vogelen des Hemels te worden verteerd".
Oorspronkelijk lag deze locatie in Valkeveen, vanaf de 17e eeuw werden de veroordeelden naar de 'galgenberg' gebracht, een plek aan de Jan ter Gouwweg nabij de Lambertus Hortensiuslaan. De in onbruik geraakte naam 'Galgeweg' voor het toenmalige zandpad tussen Kerkweg (nu Lambertus Hortensiuslaan) en Zandbergen herinnert nog steeds aan deze lugubere plek.
In een reactie op deze tekst laat Ria van Oosten-Wiesemann weten, dat zij in 1940/1950 als kind aan de Godelindeweg woonde.
Ze vond de Galgesloot maar een onaanzienlijk en een beetje vies slootje.
De mensen zeiden toen als iets volstrekt waardeloos was: 'Gooi dat maar in de Galgesloot' en Ria heeft zich altijd afgevraagd of daar dan misschien een Galg had gestaan.
Beruchte en beroemde baljuwen en schouten
De baljuw van het Gooi - een staatsambt dat werd uitgeoefend door illustere figuren als Paulus van Loo en Pieter Corneliszoon Hooft om maar wat namen te noemen - handhaafde het recht vanuit het Muiderslot.
Verhoren werden opgetekend in het Examenboek, eis en vonnis kwamen op de Criminele Rol. De schout was in feite de hulpofficier van de baljuw, die als openbare aanklager fungeerde en ook wel werd met de titel: Stedehouder van Gooiland. De beruchtste schout was Tengnagel, genaamd de heer Gerardus Gansneb.
Schout Gansneb hanteerde een hard lik op stuk-beleid. Een 14-jarig meisje dat bij haar ouderlijke woning de brand had gestoken in twee hooischelven moest volgens Tengnagel zwaar boeten: "Aldaar - Tengnagel doelde in de tenlastelegging daarmee op het schavot aan de zijgevel van het stadhuis - door de scherpregter gebragt te werden aan een paal daartoe opgerigt, vervolgens een weijnig gewurgt en alsdan brande stroo in haar aangesigt geblakert te worden totdat er de dood opvolgt en dat het dode lighaam vervolgens sal werden geset op een rad buijten deeze plaatse op den galgenberg".
Gelukkig staken de schepenen, die namens het volk belast waren met de rechtspraak een spaak in het wiel, want 'na met roeden gegeeseld te zijn, werd het meisje verbannen uit het 'Land van Holland en Westvriesland.'Schout Lambert Lap die in 1572 te Spaansgezind optrad in de ogen van de burgerij, werd door een woedende menigte in het nauw gebracht en ontvluchtte samen familieleden en baljuw Van Loo de stad. De wraak was 'zoet', want in het kielzog van de moordende Spaanse troepen nam Lambert op 1 december 1572 samen met zijn familieleden de macht weer over toen de stad in brand stond en honderden lijken naakt op straat lagen. De invloed van de familie Lap was al vele decennia zo groot, dat de facto sprake was van een 'familieregering' in Naarden.
Rond het middaguur bracht de schout toen een 'beleefdheidsbezoek' aan Lambertus Hortensius, wiens oudste zoon Augustinus die ochtend door de Spanjaarden was vermoord. Lambertus Hortensius stond nog stijf van de shock van deze gruweldaad toen schout Lap op 'concoleancebezoek' kwam. De Naardense wetenschapper (en navolger van de Stoïcijnse leer) laat zich in zijn boek 'De opkomst en ondergang van Naarden ' kennen als een afstandelijke en rationele man, maar kon zich na zalvende woorden van Lap zich niet beheersen. Toen Lap 'troostend' het lot van Hortensius beklaagde en prevelde dat het ' met wat meer onderling begrip toch eigenlijk niet zover had hoeven komen.' schoot dat bij Lambertus Hortensius in het verkeerde keelgat.
"Dat had je veel eerder moeten zeggen" beet de de rector van de Latjnse school de schout toe " al die jaren heb je de tegenstellingen in onze stad alleen maar aangewakkerd."
In de Schepenzaal van het Stadhuis hangt al eeuwen een schilderij, dat het 'onrechtvaardige gedrag van de baljuw van Zuid-Holland' aan de kaak stelt. Ook andere schilderijen, zoals het schilderij van de schone Suzanne hebben tot doel de rechtsprekende schepenen er aan te herinneren, dat 'kracht, mildheid en onkreukbaarheid' aan de rechtvaardigheid ten grondslag liggen.Het schilderij over de onrechtvaardige baljuw, dat in de trouwzaal hangt. Foto: gemeente Naarden
Aansprekende voorbeelden leveren ook de beschilderde houten koppen in de hal en de Schepenenzaal, die 'luisteraars' worden genoemd. Het zijn koppen, die als het ware uit het middeleeuwse leven zijn gegrepen en vanaf de steunbalken toezien op een rechtvaardige rechtspraak. De rechtsprekende Schepenen, die uit naam van de Gooiers rechtspraken raakten nog wel eens verstrikt in de belangen die op het spel stonden. Zo meldt baljuw P.C. Hooft zijn superieuren in Den Haag, dat hij de boeren van Laren en Huizen die schuldig in 1614 'gewelt ende insolentie' hebben gepleegd niet heeft weten op te sporen. Hij verwacht evenwel begrip voor dit falende opsporingsbeleid, omdat de ' meeste gemeenten van Gooiland onder dexel van trouwichheit naulyx eenige perfidie of mejeedicheit en ontsien'.
De getergde baljuw verhaalt uitvoerig over een kwestie, die in 1618 en 1619 gans Gooiland op zijn kop zette. In 1618 benoemde de Naardense vroedschap de Naardense opperburgemeester tot houtvester van Gooiland en bepaalde, dat alle jachtzaken tot de autonomie van Gooiland behoorden. De baljuw liet als veretegenwoordiger van de staat dit niet over zijn kant gaan en stelde jachtopzieners aan. Twee jachtopzieners op de Warande, gelegen tussen Huizen en Naarden werden in 1619 door enkele tientallen met pieken en grepen gewapende Gooiers van het het wilde zandterrein op de Warande gejaagd. Het 'duinhuis' van waaruit de duinmeiers toezicht hielden werd in brand gestoken. De erfgooiers pikten het nu eenmaal niet, wanneer ze van staatswege belemmerd werden in hun al dan niet erkende privileges. Onze voorvaderen waren gewend onbekommerd te stropen, hout te hakken en turf te steken. Baljuw Hooft laat het er niet bij zitten, maar ziet zich vervolgens gedwarsboomd door de Naardense vierschaar (=rechtbank).Hij eist, dat twee gearresteerde verdachten op de pijnbank worden gelegd om een bekentenis af te dwingen en wil de verdachten laten afvoeren naar het Hof van Holland. De schepenen wringen zich in allerlei bochten om de gevangenen vrij te laten en de zaak krijgt een dramatische wending als één van de verdachten zich ophangt, kennelijk uit vrees voor de pijnbank en een berechting in Den Haag. De andere gevangene wordt dan door de Schepenen naar een 'commodieuser kelder' in het stadhuis gebracht.
Deze kelder aan de voorgevel is door een betralied venster van de straat gescheiden. De schout betrapt een schepen op heterdaad tijdens een gesprek met de gevangene. De schepen heeft van buitenaf het raam opengebroken en is in druk gesprek met de gevangene. De Naardense rechter berispt de verdachte dat hij te veel bekend heeft en geeft hem 'goede raad voor den vervolge'. Baljuw Hooft springt uit zijn vel als zijn schout de zaak rapporteert, maar staat machteloos want tot een zaak voor het Hof van Holland komt het niet. Kennelijk is de zaak, zoals zoveel andere kwesties waarbij erfgooiers- en stadsrechten in het geding waren, 'aen een spijker gehangen'.Links de beelden aan de voorgevel van het stadhuis met daarboven het wapen van Prins Maurits.
In cel van stadhuis op water en brood
Voor en tijdens de berechting werd de beklaagde in een cel in de kelder van het stadhuis op water en brood gezet. Langer dan drie weken opsluiting in Naarden mocht niet, daarvoor moest men in het tucht huis te Amsterdam zijn., De cel die toegankelijk is via een zelden gebruikte deur onder de hoofdtrap is doorgaans niet voor het publiek te bezichtigen. Maar als u kans ziet op een geschikt moment de stadhuisbode daarom te vragen, krijgt u wellicht de gelegenheid een snelle blik door het luikje in de loodzware gevangenisdeur te werpen.De kelder waar het cachot was ondergebracht. Foto: Erik-Jan Geniets.
Bestuurscentrum
Als bestuurscentrum heeft het stadhuis nog steeds een belangrijke functie hoewel burgemeester en wethouders sedert de bouw van het (toen zeer omstreden) stadskantoor in 1984 niet meer in het stadhuis vergaderen. De gemeenteraad komt bijeen in openbare vergaderingen in het Stadhuis.
Verder is het Stadhuis nog in gebruik voor bewonersbijeenkomsten, concerten en representatieve aangelegenheden.
